Automotoren · Grondbeginselen · Demo
Koppel is hoe hard de motor draait; vermogen is hoe snel hij dat blijft doen — het een is het ander × tpm.
De koppelcurve is de invoer; de vermogenscurve is puur rekenwerk: kW = N·m × tpm ÷ 9.549. Schuif de piek naar beneden voor een tractor, naar boven voor een superbike — en kijk waar het maximale vermogen dan telkens terechtkomt.
De koppelcurve hier wordt bepaald door de schuifjes; de vermogenscurve wordt nooit getekend — die wordt punt voor punt berekend uit P = T × ω. Meer is een testbankdiagram niet. De vermogenspiek ligt boven de koppelpiek omdat het toerental, net voorbij de koppelpiek, nog sneller stijgt dan het koppel daalt.
In gewone taal
Elke dynografiek toont twee curves, en die staan niet los van elkaar: vermogen is gewoon koppel vermenigvuldigd met het toerental (kW = N·m × tpm ÷ 9.549). Die ene formule verklaart de hele grafiek. Koppel piekt waar de motor het beste ademt; vermogen blijft daarna nog klimmen, omdat het toerental nog sneller stijgt dan het koppel daalt — tot het omslaat, en dat is het maximale vermogen. Wat je in de stoel voelt, is koppel op de wielen; wat de sprint wint, is vermogen, omdat de versnellingsbak het ene voor het andere kan omruilen.
P = T × ω. Niets aan een motor bepaalt zijn vermogenscurve los van zijn koppelcurve — meet de ene en de andere is rekenwerk. Het maximale vermogen ligt altijd bij een hoger toerental dan het maximale koppel: na de koppelpiek daalt het koppel eerst langzaam terwijl het toerental blijft stijgen, dus hun product groeit nog een tijdje door.
Een versnellingsbak vermenigvuldigt het koppel met haar overbrengingsverhouding en deelt tegelijk de snelheid — het vermogen gaat er ongewijzigd doorheen. Daarom bepaalt vermogen, niet koppel, de uiteindelijke acceleratie: wat het koppel van de motor ook is, er is altijd een versnelling te kiezen die het vermenigvuldigt, zolang er vermogen achter zit. 'Koppel wint races' is een fabeltje; vermogen op de wielen, dicht bij zijn piek gehouden door de versnellingsbak, is de natuurkunde.
Een truckdiesel bereikt zijn koppelberg op 1.400 tpm en is uitgeraasd bij 3.000 — relaxed, gewillig, onverwoestbaar. Een superbikemotor levert bescheiden koppel maar draait door tot 15.000, en stapelt toerental op tot enorm vermogen. Dezelfde formule, tegenovergestelde gokken: met de demo schuif je één motor tussen die twee persoonlijkheden.