De kleine auto met de motor op de ‘verkeerde’ plek — en sindsdien kopieert elke F1-auto het.
1959·Coventry Climax 2,5 L viercilinder, middenmotor·~240 hp·~460 kg — lichtste auto op de grid·Rijders- en constructeurstitel in 1959; Cooper pakte in 1960 opnieuw beide (T53)
1· HET VERHAAL
Een grap uit een kleine garage
In de jaren vijftig had een echte Grand Prix-auto een grote motor voorin, net als een gewone auto. De Cooper T51 kwam uit een klein Brits garagebedrijf en had de motor juist achter de coureur weggewerkt — rivalen noemden het een grap, tot hij in 1959 het wereldkampioenschap won. Binnen twee jaar was elke Formule 1-auto met de motor voorin achterhaald.
2· WAAROM HET ERTOE DEED
Gewicht waar de aangedreven wielen zijn
Zet je de motor boven de achteras, dan drukt dat de aangedreven banden in het asfalt — zo wordt meer van het vermogen echt versnelling in plaats van doorslippen. Met de demo hieronder schuif je de motor door de auto en zie je de tractie meebewegen.
3· WAAROM HET ERTOE DEED
Geen cardanas — en geen nadeel
Een motor voorin heeft een zware as nodig die over de hele lengte van de auto naar de achterwielen loopt — en de coureur moet er bovenop zitten. Door hem te schrappen werd de Cooper in één klap lichter, lager en gestroomlijnder.
Versnellingsbak + eindoverbrenging in één behuizing achter de motor
Met de zwaarste klomp gewicht dicht bij het midden van de auto in plaats van ver vooruit over de neus, veranderde de Cooper van richting als een kart, terwijl de auto’s met de motor voorin log bleven hangen. Wendbaarheid versloeg brute kracht — de Coopers gaven 40 pk weg en wonnen toch.
Coventry Climax FPF — lichtmetalen viercilinder, geboren als brandweerpomp
Eén schuifknop verplaatst de motor van de neus (iedereen anders, 1959) naar achter de coureur (de Cooper). Kijk hoe het zwaartepunt, het gewicht op de aangedreven achterwielen en de starttractie meebewegen — en let op wat er stilletjes verdwijnt zodra de motor de achterkant van de auto niet meer hoeft te bereiken.
Uitlezing
De aanpak van de jaren 50Grote motor in de neus, coureur boven op de cardanas, en de aangedreven wielen dragen het minste gewicht — precies wanneer ze dat het hardst nodig hebben.
Gewicht op aangedreven wielen49%
Tractielimiet bij start0.54 g
Auto + coureur555 kg
Frontaal oppervlak (coureurshoogte)1.12 m²
Aangenomen bandgrip (μ)1.1
Statische gewichtsverdeling met banden uit 1959: een achterwielaangedreven auto kan alleen zo hard optrekken als de grip op zijn aangedreven as toelaat, dus elke kilogram die naar achteren verschuift, is optrekkracht en tractie bij het uitkomen van een bocht. De cardanas en de hoge zitpositie zijn de stille tweede helft van het verhaal.
Verdieping · Transaxle-versnellingsbak· geopend vanuit Cooper T51
Tijdlijnen · Formule 1 · onderdeel · Cooper T51
Transaxle-versnellingsbak1959
Versnellingsbak en differentieel in één behuizing, achterin gehangen — de indeling die elke racewagen overnam.
Versnellingsbak en differentieel in één behuizing, achter de motor·Aangepast binnenwerk uit de Citroën Traction Avant (vroege Coopers)·4 versnellingen vooruit, verwisselbare overbrengingssets·Sindsdien standaard op raceauto's
1· WAT HET DOET
Versnellingsbak + eindoverbrenging in één behuizing achter de motor
Zet de motor achterin, en de versnellingsbak heeft geen lange as meer nodig om de wielen te bereiken: Cooper schroefde versnellingsbak en differentieel aan elkaar tot één ‘transaxle’, precies tussen de achterbanden. De eerste exemplaren waren omgebouwde Citroën-straatwagenonderdelen — weer iets waar de concurrentie om lachte. De indeling zit tegenwoordig in elke Formule 1-auto, elke supercar en de meeste racewagens.
2· WAAROM HET ERTOE DOET
De aandrijflijn kromp tot bijna niets
Motor, koppeling, versnellingsbak, differentieel en aandrijfassen zitten allemaal binnen een halve meter. Geen cardanasmassa, geen astraagheid om op toeren te brengen, nauwelijks aandrijflijnverlies — een paar procent meer van het motorvermogen komt op de weg terecht.
3· WAAROM HET ERTOE DOET
Verhoudingen die je kon afstellen op het circuit
Met het tandwielpakket achteraan de auto hangend, konden monteurs tussen sessies door verhoudingssets verwisselen. Overbrenging is een zuivere ruil: kortere verhoudingen vermenigvuldigen het koppel voor het uit de bocht komen, langere rekken de topsnelheid op. De demo laat jou die keuze maken voor een ronde.
4· WAAROM HET ERTOE DOET
Gewicht precies waar tractie zit
De massa van de transaxle zit boven de achteras en drukt de aangedreven banden in het wegdek — hetzelfde verhaal als bij de motor, nu pas echt afgemaakt.
5· PROBEER HET
De ronde overbrengen: eindoverbrenging tegen trekkracht
Elke versnelling zet motorkoppel om in stuwkracht die afneemt naarmate de snelheid stijgt; de luchtweerstandscurve stijgt hem tegemoet. Schuif aan de eindoverbrenging en ruil stootkracht uit de bocht tegen topsnelheid — de keuze die teams op elk circuit maakten met een kist vol tandwielen.
Uitlezing
Topsnelheid201 km/h
0–160 km/h8.0 s
Kracht in 1e versnelling6241 N
Aandrijflijnverlies~5% (geen cardanas)
Elke versnelling is een hefboom: kortere overbrenging vermenigvuldigt het koppel, maar loopt sneller tegen de toerengrens aan. De buitenrand van de vier groene lijnen is alles wat de motor op de weg kan zetten — kies de eindoverbrenging die dat uitgeeft waar het circuit erom vraagt.